Zaterdag vierde Evelien haar verjaardag, ze had bij de kaaswinkel een kaas/borrel plankje laten maken voor zes personen, en het was zoveel, maar ook wel heel erg lekker. Van die kaasjes waar je niet aan moet ruiken maar gewoon op een toastje met een stukje dadel in je mond moet steken, mmmm.

Sam lag vlak achter ons lekker te slapen, ik had de relax stoel een beetje gekanteld en de benen steun helemaal uitgeklapt voor de zekerheid.

Suzanne gaf Sam de fles, een serieuze aangelegenheid voor beiden

Zo lief als Sophie is voor haar broertje, zo schattig.

Sophie stond er thuis ook op dat ze de “taart blazers” mee moesten nemen voor op de verjaardagstaart van Nina, en ze hielp met deze (de kaarsjes dus) op de MonChou-taart te zetten en liep glunderend naast me toen ik de de brandende taart de kamer in bracht. Het was een gezellige middag. Donderdagmiddag komen ze weer, we passen dan op terwijl Tim en Yvonne uit gaan, en dan zal ik het bedje neerzetten. Sophie wist enthousiast te vertellen dat ze mocht blijven slapen, leuk hoor.
Weer even terug in de tijd:
Zondagochtend (12 april) stond ik om half tien afval te rapen om en nabij bij de oude middelbare school, er lag naast het normale spul ook enorm veel piepschuim in stukken, groot en superklein, die ik zo goed als het kon van tussen de opkomende wilde bermplantjes plukte. Een in de berm liggende benzinetank dop bracht ik naar het nabijgelegen benzinestation, misschien dat de eigenaar er nog naar zou zoeken. De dop was nog heel erg schoon en lag bovenop, die kon er nog niet lang liggen.
Toen ik bij het benzinestation naar buiten liep en met mijn bij de deur geparkeerd karretje met zak door wilde lopen stapte een vrouw die net sigaretten had gekocht naast me en gooide het plastic folietje in mijn zak ipv de afvalbak die aan de andere kant naast haar stond.
“Dat afval opruimen heb ik ook een tijdje gedaan, maar nou niet meer,” vertelde ze me met een monotone stem. “Ik help nou bij de egelopvang, zo leuk daar,” en na een “nou, dááàg”, liep ze verder. Okay. Ik moest nog aan haar denken toen ik tig peuken met filter opraapte aan de kant van het trottoir op weg naar de plek waar ik was gebleven.
De donkergroene lijn was mijn route, het benzinestation was helemaal links, bij de stoplichten.

Een net aangeplante plantsoen naast een sportpark vlak bij de school lag bezaaid met zwerfafval, keurig half onder geharkte zakken en blikjes tussen en vlak naast de planten. De plantsoen arbeiders hadden blijkbaar slechts een taak, plantjes in de grond doen, en misschien dat na hun nog een ploeg opruimers zou komen? Misschien was ik ze voor, dat kan, ik ga maar uit van het beste van de mens. Oud en vers afval lag door elkaar, het oude afval (voornamelijk plastic) viel uit elkaar het moment dat ik het wilde pakken. Een opgerolde oude luier was het goorste wat ik deze keer vond, hij viel gelukkig niet uiteen.
Ik bedacht me te laat om aan het begin van de opruimactie een foto te maken, hier zie je een klein stukje van hoe het hele terrein er uit zag,

en dit alles was zo goed als klaar, er lag nog een beetje langs de rand van het grasveld wat ik op de terugweg naar het voetpad ging doen:


Anderhalve zak liet ik achter, ik had die halve zak nog makkelijk kunnen vullen, maar ik was al ruim drie uur bezig, en was toe aan eten en een bakje koffie, je moet toch ergens stoppen; k had nog wel een hele middag kunnen rapen. Ik maakte een melding bij de gemeente over de grote hoeveelheid piepschuim wat tegen de bouwhekken lag, en kreeg later een bericht terug dat ze dit gingen doorsturen naar een andere ploeg.

Ik was om 13.00 uur pas weer thuis, moe maar voldaan.
Vrijdagmiddag liep ik met hoed op -want het was zonnig-, lange mouwen om mijn armen te beschermen voor de bramen en de zon, en een veiligheidshesje aan om mijn zichtbaarheid te vergroten voor de soms voorbij razende auto’s, afval te rapen langs de parallel met het spoor lopende rondweg. Ik starte tegenover het benzinestation en liep richting de spoorwegovergang, mijn oog was hier de dag tevoren opgevallen; zoveel grote stukken plastic, boodschappen tasjes, fastfood-shit en blikjes, petflesjes en glazen flessen. Naast het hekwerk van het spoor lag een goedkoop handtasje waarin alleen nog een in alufolie ingepakt anti-epileptica zat voor rectale toediening. Heel bizar. Ik heb het medicijn apart gehouden en moet dit nog inleveren bij de apotheek.

Af en toe stak ik de weg over als er geen verkeer aankwam, om het afval wat aan de overkant lag weg te plukken. Ik kreeg eerder al van een enkele automobilist een toetertje (ik schrok me rot) ik vatte dit maar op als een dankjewel, en toen ik in de berm vlak naast de weg stond en auto’s aankwamen en ik nog een stuk verder van de kant van de weg af tussen de struiken stapte, reden ze rustig langs en gingen er ook duimen omhoog.
Dit was leuk om te zien, wetend dat er mensen zijn die het waarderen. Later hoorde ik dat een vriend van Suzanne mij had herkend; “Dat is toch de moeder van Suzanne?”, had hij tegen de persoon naast hem in het werkbusje gezegd. Mijn hoed is toch niet zo camouflerend als ik had gedacht.
Even later hoorde ik vanuit de verte een politieauto met sirene en piepende banden vanaf de rotonde aankomen, en de gedachte dat ze mij moesten hebben na een melding “verwarde mevrouw loopt over de weg” schoot kort door mijn hoofd. Maar gelukkig racete ze me voorbij (en gelukkig stond ik toen weer vlak bij het hekwerk te rapen) richting het centrum.

Er waren al veel bloeiende bermplantjes, deze moest ik even opzoeken; hij staat bekend onder verschillende “roepnamen”: Grote muur, of Bossterretje, Ogenklaar of Sterrenbloem, afhankelijk van waar je woont . Helder

De loeizware volle zak die ik al halverwege mijn strooptocht dichtgeknoopt onder op het karretje had meegezeuld terwijl de nieuwe zak ook al werd gevuld, kon ik gelukkig vlak nadat ik het spoor heel snel was overgelopen dumpen bij deze afvalbak.

De andere half volle zak was toen ik bij de auto was aanbeland ook tjokvol, alleen vergat ik een foto te maken toen ik deze bij een afvalbak neerzette. Iets van twaalf statiegeld flesjes en blikjes gaan weer in de donatie-container op weg naar QiGong, ik heb ze allemaal schoongemaakt.
De volgende keer ga ik de berm langs het spoor de andere kant op opruimen, ik denk dat ik gewoon vanuit huis loop ipv dat ik met de auto ga, dit is een aardige tippel van een klein half uurtje denk ik. Ik zal extra zakken meenemen, want voorbij afval lopen op weg naar het benzinestation, dat lukt me toch niet.

























































