Zipje lag maandag quasi nonchalant met tranende ogen en een opgezette klier in zijn hals in de wachtkamer van de dierenarts de aanwezigen te observeren, twee -kleiner dan hemzelf zijnde- hondjes die zich vreselijk stonden aan te stellen, het geblaf hadden we al gehoord toen hij uit de auto mocht, hun weeïge geuren kwamen ons tegemoet toen de deur van de kliniek open ging. Ze trokken elk een andere kant uit lopend aan hun riem die aan hun baasjes hand vast zat, en het baasje, een vrouw van begin 20, riep ze met stemverheffing tot de orde, wat weinig indruk maakte op de honden, het droeg alleen maar bij aan de herrie in de betegelde ruimte.
Het dreinerig huilen van een klein mensenmormel, die -gelukkig vastgebonden- half uit een buggy hing, werkte op Zipje’s zenuwen, maar het ergste vond hij toch wel het loslopend meisje, die haar vinger door de tralies van de kooi wilde steken om hem te aaien, maar gelukkig trok ze terug toen ik het verbood, want: “de poes is ziek en wilt niet aangeraakt worden”. Het meisje liep weer naar haar moeder, die rood aangelopen probeerde haar zoontje die nu dwars gestrekt in de buggy lag te kalmeren, zijn zusje dacht grappig te zijn en gooide steeds haar antroposofische pop (ja, spreek dat maar eens hardop uit) op de grond, raapte het dan op, duwde het in het gezicht van haar broertje, en gooide het dan weer op de grond.
Kinderen lachen, moeder gelukkig, iedereen gelukkig, nou, nee, ik vond het mijn taak mijn kennis te delen moest me er weer mee bemoeien, en vroeg de moeder of ze wist hoeveel honden hun kont met mogelijke infecties vandaag al aan de vloer hadden afgepoetst, (lekker heen en weer scharren, want man wat jeukt dat). “En dat krijgt uw zoontje dus steeds met die lappenpop in zijn gezicht geduwd”, zei ik, en ik moest er toch wel een beetje lachen, het was te vies voor woorden. Gelukkig werd de vrouw met honden en kinderen toen naar binnen geroepen, en bleven Zipje en ik alleen achter, en genoten we van de zalige rust.
Met een antibiotica kuur van 2x daags 1,5 pilletje voor de komende 10 dagen lang -o joy- mochten we het pand weer verlaten, en bij thuiskomst begon de uitdaging van pillen schieten en pijnstiller in het bekje spuiten.
De eerste keer ging goed, geen centje pijn bij mij, en Zipje was helemaal tevreden toen hij na afloop een kattensnoepje kreeg. Acht uur later was het wel raak, meneer tufte tot drie keer toe de roze pillen uit, mijn grip op de pillenschieter raakte ik kwijt toen hij zijn vier poten met uitgeslagen nagels in de strijd wierp en ik deze probeerde te ontwijken, en toen gooide ik mijn gewicht in de strijd, de pillenschieter opzij, en duwde in met mijn wijsvinger de pillen tot bijna voorbij zijn maag, maar ik was te langzaam met terugtrekken, en als een ware Piranha sloeg Zipje zijn kaken op elkaar met mijn wijsvinger er tussen. Dat deed verdomde zeer, en bloedend als een rund door vier kleine gaatjes liet ik Zipje los om in de keuken mijn vinger af te spoelen onder de kraan.
Mijn strijdwond inspecterend suggereerde DH dat ik de volgende keer Zipje beter in een quilt kon wikkelen, en aldus geschiede vanmorgen, en dit beviel mij zo, dat ik het vanavond weer zo deed.Maar de pilletjes werden weer uitgetuft door Zipje omdat ik ze niet diep genoeg los liet, omdat door drie man om mij heen staand “Oh zielig” geroepen werd. En toen ik wederom mijn vinger opofferde om de pillen af te leveren, en Zipje wederom liet zien dat hij behalve een prachtig schoon gebit (had de dierenarts hem zelf verteld) ook een scherp gebit had door mijn toch al zo gehavende vinger van nog eens vier gaatjes te voorzien, stond het huilen me nader dan het lachen, wat deed dat pijn, verdikkeme! Als mijn vinger morgenochtend vroeg nog zo pijnlijk voelt en dik er uitziet, bel ik toch maar de huisarts, misschien een tetanus injectie halen? Of is het dan al te laat?
Volgens mijn huisgenoten komt het bijten van Zipje als wraak omdat ik ze sinds vorige week echt op rantsoen heb gezet; ik had geen zicht op hoeveel de katten aten, omdat ze van iedereen eten kregen, en toen bleek dus dat ze tien dagen doen met een pak waar ze met gemak vier weken over moeten kunnen doen! Ik heb een heel slim systeem bedacht waarbij iedereen zich in kon vinden. Op hun bakjes staan de namen, T en L was niet lastig, maar met Z en Z zou het nog gissen worden, dus de namen van de oudjes staan wel voluit geschreven.

Ze krijgen twee keer per dag eten, dus 8.00 staat aan de ene kant geschreven en 18.00 uur zie je staan op de achterkant; de leeg gegeten bakjes blijven op 8.00 uur staat totdat ze rond 18.00 uur weer gevuld worden, en rond 8.00 ’s morgens gaan ze van 18.00 uur stand pas weer naar de 8.00 uur stand, gevuld en wel. En nou komt het belangrijkste:

35 gram voer gaat in 1 (bakgerei) maatschepje mét kop, en voor Loki zonder kop, ik doe het allemaal volgens gewicht-voerschema van het pak; Zipje en Zopje moeten op hun gewicht letten (afvallen dus) en krijgen evenveel als Thor. Op deze manier kan het hele gezin zelf zien welke kat nog wel eten mag hebben tussendoor, en welke niet, we zijn er allemaal tevreden over, alleen de katten niet, ze liggen regelmatig in staking in de bijkeuken

zoals Thor, die het wel een half uur kan volhouden, en Zipje die dan voor de koelkast gaat liggen, haha, hij is niet gek, daar valt ook eten te halen, weet hij. En als hij dan toch niks krijgt wilt hij wel de uitgestoken vinger proberen, hoewel er niet veel vlees aan zit is het wel een lekker hapje. Ik voel me net Hans, van Hans en Grietje, en ik moet nog 8 dagen 🙁




































