Categoriearchief: Mijmeringen

Een heer in het verkeer

Even boodschappen doen, meestal een zaak van ‘het moet’, maar het levert soms ook vermakelijke situaties op, zoals afgelopen week; ik reed met de auto de wijk uit en op het stuk richting de eerste stoplichten (ik heb er 3 te gaan naar mijn favo super) viel me een zeer onaangenaam heerschappij op, dat in een kleine donkere auto achter me reed; petje op, schuin achter het stuur zittend, ik dacht gelijk aan een opgefokte vol met testosteron gepompte snotaap die net zijn rijbewijs had. Hij wilde mijn auto het liefst langs 3 kanten nemen, links, rechts en er overheen, maar de combinatie van tegenliggers en mijn stoere rode bak  weerhield hem er van, en met een keurige snelheid van 45 km per uur naderde we de stoplichten. Met het optrekken probeerde het ventje me toch in te halen, daar waar het gewoon niet kan, om vervolgens volop in de rem staand weer achter me aan te zitten tot zo’n 20 meter voor de volgende stoplichten, en toen spoot hij me voorbij, om wederom volop in de rem te moeten staan, omdat de auto voor hem voor het rood wordend stoplicht stopte. En zo stonden we naast elkaar, de grote rode bak en het kleine zwarte polootje.

Ik had nu even de tijd om het ongeduldige ventje te bekijken van opzij, en wist niet wat ik zag! Een hoogbejaarde man, die gewoon scheef zat omdat zijn anatomie het niet anders toeliet denk ik, en ontevreden boos vanonder zijn petje kijken dat hij deed, terwijl hij de auto voor hem zat op te jagen om door te rijden, zijn bumper raakte bijna de bumper van zijn voorganger. Genade wat een driftkop, je zou daar maar mee getrouwd zijn, of was hij zo geworden omdat hij getrouwd was met een onmogelijk mens, die hem voor de zoveelste keer de deur uit stuurt om iets te halen?  Een stukje verder op bij de volgende stoplichten moest ik rechtdoor, en de drifkikker bleek in de verkeerde baan te staan, en drukte zijn auto doodleuk tussen de mijne en de auto voor mij, ik liet hem maar gaan, ik was er niet zeker van of hij me niet aan zou rijden anders.

Ik doe mijn ding in de supermarkt, probeer niks om te gooien, en sta bij de kassa mijn spullen op de loopband te lossen, als daar een meneer aan komt lopen, met een mandje achter zich aan trekkend, en hij loopt van rij naar rij, om te zien of hij er ergens tussen kan piepen, maar overal is men al te ver heen met aanslaan en opladen, en hij kijkt een partijtje kwaad. Ik denk dat hij meer kans had gehad als hij vriendelijk had gekeken, met van die ondeugende pretoogjes die mannen op leeftijd vaak hebben, daar smelt ik voor, bij de kassa, en dan had hij wel voor mogen gaan.

Groot is mijn genoegen als hij achter mij komt staan, het blijkt namelijk dezelfde driftkikker van in de auto te zijn; opeens had ik alle tijd van de wereld nodig om mijn boodschappen in de tas te doen. “Oja, doe toch maar zegels, en kan ik nog wat bij pinnen? Jee, kijk, hier, de emballagebon, dat kan nog wel hè?” Niet zo netjes van mij, maar dan had hij maar een heer in het verkeer moeten zijn, dan was ik een dame bij de kassa geweest.

Is niet meer

Gisteren hoorde ik van een art-quiltster dat een dame was overleden die ook lid was van onze Yahoogroep voor quilters, en ik schrok er van, ook al had ik al jaren niks meer van haar gehoord. Ze was met schrijven (en quilten) op lager pitje gegaan wegens gezondheidsredenen, en als je niet precies weet wat, trekken de ergste rampenscenario’s aan het netvlies voorbij.

Er is een kunstenaar heen gegaan

Ik ‘kende’ haar alleen van voor 2010, op de quiltlijst  vertelde ze over haar projecten, en dat ze mocht hangen. En met dit laatste bedoelen wij quiltsters dan, dat een door jou gemaakt werkstuk op een tentoonstelling mag hangen.

Adri de Vries Tadema woonde als weduwe in het hoge noorden met haar 3 zonen (nu al volwassen kerels, gelukkig), en ze was de laatste jaren vooral zeer creatief bezig met draadjes, ze haakte kunstwerken, maakte echt prachtige quilts, kleding en kunst, op haar weblog kan je er over lezen en kijken.

hier is haar overlijdensadvertentie te lezen, mijn condoleance-kaart gaat morgen de deur uit, om haar zoons een hart onder de riem te steken. Geen idee of het wat uitmaakt, die ene kaart van mij, maar het lijkt me een beetje steun geven.

Blij weerzien

We hebben het allemaal wel eens (wel eens?) dat we door de bomen het bos niet meer zien, en ook niet weten waar te beginnen met aanpakken, en dus had ik aan Suzanne beloofd om haar bureau op te ruimen, zodat ze weer plek had om aan te leren. Een plankje erbij maken aan de muur, waar ze haar boeken kon opleggen, wilde ze niet, want daar zou dan weer allemaal zooi op komen, zei ze met een wijsheid als ware ze een dochter van Hilde. Dus geen plankje erbij, maar dan wel ruimte in haar boekenkast maken, die tevens dienst deed als toitelttafel-kast.
Het werd een hoop heen en weer geschuif, sorteren, weggooien en opbergen waar het wel thuis hoort, maar na een dikke 2 uur zag haar kamer er weer keurig uit, want ja, alleen een bureau opruimen kan niet, dan maar gelijk alles doen. Met het opruimen van potloden in een 90 cm diepe la zag ik helemaal achterin en onderin een oude bekende: mijn stofschaar! Het was een blij weerzien met een favoriet die ik niet meer had gezien sinds we hier wonen, eentje die door spijkerstof heen glijdt, door wel 3 lagen heen zonder blaren op je vingers te krijgen, even geleend om haar carnavalskleren wat aan te passen.
En het is niet dat ze niet genoeg scharen heeft, ik vond ze overal, en Suzanne moest er om lachen toen ze de geïmproviseerde organizer met de scharen zag staan, een wijnfles-doos met appelmoes potten er in. “Ik wist niet dat ik zoveel scharen had!” 🙂 En gelijk achteraan: “Hee, ik heb een bruin bureaublad!” Ja, en er plakt niks meer, het sopdoekje is overal geweest, en zelfs het toetsenbord en systeemeenheid is ook weer schoon, geblazen en gezogen.

Vlak voor het avondeten kwam oudste spruit ook langs, ik pikt haar van het station op, blij haar weer te zien na 2 weken, en ook van haar zus kreeg Evelien een dikke hug. Aah.
En terwijl de meisjes op de bank naar röntgenfoto’s zaten te kijken (Suzanne moest iets weten voor haar werkstuk, en dan is een geneeskunde studerende zus wel heel erg handig!) maakte ik het eten klaar. Evelien mocht kiezen, “Als het maar flatulentie arme maaltijden zijn” had ze eerder die dag gewhatsapped. Joh, zou ze mijn blogs lezen? 🙂
Met passende schaatsen in de tas vertrok ze 3 uur later weer naar Amsterdam, zodat ze vanmiddag lekker op de grachten kan schaatsen, ooh wat een sfeer, kijk maar op het filmpje hieronder![youtube http://www.youtube.com/watch?v=SM7C3bfMEdM]
ze zou proberen foto’s te maken.
Geen update over de antieke, met pijnlijke en bloedende kloven op mijn rechter vingertoppen (naast nagels van wijsvinger en middelvinger) is het even pauze.

We hebben het er maar druk mee

Gisteren kon ik niet op weblog komen, ze zijn met de foto’s bezig, ik mis er nog wel wat, vanaf mei 2006 t/m mei 2008, dus dat gaat nogal. Ah ja, even geduld. Gelukkig heb ik nog alle foto’s op mijn externe harde schijf staan, dus er is niet echt iets verloren gegaan, alleen maar gemak.

Gistermorgen geen bee maar een bezoekje aan de snorrendame, zoals ik de schoonheidspecialiste noem, aangezien ze de ondankbare taak heeft mij van mijn snorharen te ontdoen.  Ja, ondankbaar, want ondanks dat ik er al een jaar loop, is nog niet alles weg, wat zeg ik, een jaar?? Ik kijk even terug in de blogjes, en ontdek dat het al 1½ jaar gaande is, hier beschrijf ik mijn eerste behandeling.

Oh wat was ik toen optimistisch! Ik denk dat er nu nog een kwart van de donkere jongens staan, en ik begin een soort van decorumverlies te krijgen, want het deert me niks als ik nu opeens ergens naar toe moet en ik met centimeters lange kin- en snorharen binnen stap, Joep van ’t Hek zou zeggen: “Het zal me aan mijn reet roesten”. Van om de 5 a 6 weken  IPL was dus niet het gewenste resultaat gekomen, dus toen werd de hete naald maar uit de kast gehaald, elektrisch ontharen, maar na 4 behandelingen valt het de snorrendame op dat de haren hardnekkig blijven terug komen. Gewoon een hele goede voedingsbodem, dat zal het zijn. Ik geef ze nog 1 keer een kans, en daarna pak ik mijn pincet weer terug, ik moet wel goed zoeken waar hij is gebleven.

Dus gisteren lag ik al klaar in de stoel, lamp op mijn gezicht, en de snorrendame zat  bij mijn hoofd in haar kraakstoeltje heen en weer te wiebelen, kastjes en laatjes gingen open en dicht, mopper de mopper, ze was de naaldjes kwijt. De 2 aanwezige stagiaires werden erbij geroepen, verwijten heen en weer, nee, zij hadden ook niks gezien, alleen maar een lege verpakking in het laatje en een bestelling in het grote boek bij de kassa. Grote zucht, dat schoot ook niet op, en ondertussen lig ik al bijna te slapen in de stoel, lekker warm, en te genieten van het gemopper onderling; de snorrendame stond op en kwam even later terug met een klein kokertje die ze triomfantelijk omhoog hield, ze had een naaldje voor noodgevallen opgeborgen op een geheime locatie; “kunnen we eindelijk beginnen.”, zei ze met een zucht. He, en ik lag net zo lekker.

Na een kwartiertje pijnbank zei ze dat ze er mee stopte, anders was mijn gezicht helemaal beurs geprikt, (en ook stond er al een volgende klant te wachten, maar dat zei ze niet) ik mocht in een andere ‘cabine’ zoals ze dat zo deftig heet in de stoel, om door een ander meisje mijn wenkbrauwen te laten plukken.

Dit meisje herkende ik al gelijk bij binnenkomst, voor- én achternaam wist ik zelfs nog, een oud klasgenootje van Evelien, en net zo vrolijk en kwebbelig als toen ze zo klein was. Ze wist het nog goed van bij ons spelen, dat het een vrolijke instuif was met een komen en gaan van al die kinderen, alles kon en mocht, zei ze. Vooral het op ons waterbed spelen was blijven hangen (een ongestabiliseerde), net een springkussen zo leuk, wist ze te vertellen, ojee, dat wist ik weer niet.  Het neukte wel lekker, eenmaal de beweging in gang gezet had je er lang plezier van 🙂 maar dat wisten de kinderen weer niet, goddank. Pluisje wilde een keer niet van bed gaan toen wij je weet wel wilde doen, en na een tijdje stapte ze er toch maar af, kotsmisselijk geworden van al dat geklots. Ja, zo kom je nog eens wat te weten.

Binnen een kwartier had ik alle laatste roddels nieuwtjes gehoord van alle oud-klasgenootjes, en het viel me op dat de kinderen die het strengst waren opgevoed, het ‘slechtst’ waren terecht gekomen, losgeslagen, eenmaal van middelbare school afkomend, het is toch wat.  Met rode wenkbrauwen en dito bovenlip/kin liep ik weer naar de auto, je moet er wat voor over hebben, maar half Nederland liep er zo bij, vanwege de kou, dus het viel niet op. En het is bijna carnaval, en dan kijkt niemand op of om van niks niet!

Van Hermie hadden de quiltdames een  recept gekregen van haar potluck bijdragen van afgelopen zaterdag, de Waldorf salade, en aangezien deze op was toen ik er van wilde proeven, besloot ik gisteren om hem zelf te maken (3 punten per ‘normale’ portie, 4 als je nog extra walnoten er door doet).

Ooh mensen, wat is die lekker! Alleen was ik de enige die er van at, manlief houdt niet zo van fruit en noten door zijn eten, en dochterlief zat vol van de lekkere erwtensoep, lang leve de lucht verfrissers 🙂

Vanavond weer weging bij de DDC, zal er nu eindelijk -10 op het kaartje komen?

nagekomen bericht: Jippieee, het eerste doel is gehaald, er is op de kop af 10 kilo af nu. Hèhè, dat voelt goed, ik heb mezelf getrakteerd op een klein zakje paprika chips.
En nu snel gaan slapen, morgen pik ik mijn moeder op bij het station, om door te rijden naar Vijfhuizen, naar de Patchwork& quiltdagen en op de terugweg pikken we Evelien op, die ’s morgens een tentamen heeft. Duimen!

Jongensslaapkamer

Onze slaapkamer rook vanmorgen naar een jongens slaapkamer, merkte ik pas toen ik terug de slaapkamer in kwam na het douchen, allemachtig wat een lucht! Dat komt allemaal van deze heerlijke soep, waar ik dus niet goed tegen kan.

Ondanks de ijzige kou heb ik de balkondeur maar even een half uurtje wagenwijd open gezet.

 Wat een mooie plaatjes buiten, deze foto’s zijn gemaakt toen het al middag was, en het zonnetje met alle kracht al sneeuw had doen smelten. De vogels eten de oren van mijn hoofd, ik blijf bijvullen, en de vogelvoerbeer op de tafel onder de veranda is al aan zijn 2e paar schoenen (vetbollen) bezig; wat is het een leuk gezicht.

Helaas is de vogelvoerhuis op poten (met rieten kap) ten zielen gegaan; vocht in het hout, rotte poten, en bij nadere bouwinspectie bleek de kap en wat er onder zat ook last van houtrot te hebben, en is het rijp voor de sloop, helaas. De vogels en Zipje en Zopje hebben er toch 4 jaar plezier van gehad! Zipje had gisteren zijn pootjes vol aan een grote muis, die hij de lucht in gooide zoals Jamie Oliver zijn salade husselt, om het vervolgens lekker op te smikkelen. En Zopje moet even niets van me hebben, en nu ligt het weer aan statische elektriciteit, mijn haren staan al de hele dag omhoog – komt van mijn fleece pantoffels, zo lelijk, dat je geen anticonceptie meer nodig hebt als je ze draagt- , en toen ik Zopje over zijn bol wilde aaien, sprong er een vonkje over.Photobucket En sindsdien knijpt hij zijn oogjes dicht als ik te dicht bij hem in de buurt kom, het is toch wat!