Categoriearchief: Perikelen

Ik was het niet!

Vorige week moest ik nog even naar de supermarkt om nog een paar last minute verjaardagsboodschappen te doen, ik liep in de gang van de koekjes, toen ik een enorme klap hoorde in de gang naast me, en hoorde heel glas vallen. Gelijk ook mensen die riepen: “Ik was het niet hoor, ik deed niks!”, en toen ik de ravage bekeek en tot mijn opluchting zag dat er niemand onder de kartonnen stellage gevuld met flesjes bier lag,
IMG_8087
dacht ik: “Gelukkig liep ík er niet net langs!”, want dit zou zo mijn ding zijn geweest, even met m’n jas er achter blijven hangen, of met het karretje er tegenaan tikken en hoppa. De stuiterende opengebarsten en mensen nat spuitende fles Sprite (“gelukkig is het suikervrij”) achtervolgt me nog steeds, hier het hele verhaal met foto’s, alweer 4,5 jaar geleden.

Gewoon doen

Het was druk bij de fysio, de gezellige wachtruimte met twee grote tafels met rondom lekker zittende kuipstoelen op wieltjes, grote raampartijen met rustgevende uitzicht op een mooie grote heide tuin met vijver, zat bomvol. Ik maneuvreerde me tussen de stoelen door naar de raamkant, waar nog een stoel leeg was naast een bejaard stel aan de ene kant, en jonge vrouwen aan de andere kant.  Het viel me op dat echt iedereen met hun smartphone in de weer was, behalve het bejaarde stel naast me, ze zaten stilzwijgend voor zich uit te kijken, normaal pak ik ook mijn mobieltje om de tijd te doden met een potje patience, maar nu bleef hij in mijn tas zitten, het voelde haast onbeschoft.

Een goed doorvoede, keurig geklede vrouw van in de twintig liet iedereen meegenieten met haar ongegeneerd luidruchtige telefoongesprek over haar financiële problemen, toen ze opgeroepen werd door haar fysiotherapeut wisten we allemaal hoe lang ze al in de schuldsanering zat en met hoe weinig ze het per week moest doen. Alleen het waarom was een vraagteken, beetje jammer dat ze dat ook niet even met ons wilde delen bij vertrek, gewoon om het verhaal af te maken.

Opeens klonk er een hip muziekje uit de tas van de bejaarde vrouw naast mij, ze grijnsde naar haar man: “Daar zal je hem hebben!”, en uit haar saaie bruine tas haalde ze een joekel van een iPhone, de nieuwste zo te zien. Ze nam op en hield de smartphone voor zich uit tussen haar man en haar in, en ze keken recht in het gezicht van een lief lachend blond mannetje, -ik gluurde vanuit mijn ooghoek even mee- hun kleinzoon zo te horen aan de “Hallo opa en oma.”, en de rest van de wachttijd genoten we allemaal van het geklets van een klein vrolijk jochie, tot opa en oma samen met nog meer mensen opgeroepen werden en ze moesten ophangen.
We hadden geen mobiel, radio of tijdschrift nodig in de wachtruimte, er was deze keer genoeg te horen en te zien.

Mijn fysiotherapeut, een lieve jongen van eind twintig, vroeg of ik met de fiets was gekomen, de grapjas; de bomen lagen plat van de storm, daar ging ik me toch niet aan wagen.  Toch vond hij het wel tijd dat ik me weer op de fiets begaf, mijn pols moest het nu wel aankunnen, hmm, doodeng, stel je voor dat ik opeens moest remmen, had ik genoeg knijpkracht hiervoor? Ik moest het maar gewoon proberen de komende week. En hij had gelijk merkte ik toen donderdag de wind was gaan liggen, het ging prima, op een beetje zadelpijn na 🙂
Een ander voorstel viel in betere aarde; ik vertelde dat ik last van mijn hand had nadat ik achter de computer had zitten typen, ik dacht dat ik hiervoor op mijn kop zou krijgen, maar niet dus. Nu moet ik elke dag twee keer een kwartier achter de computer typen met het tien vingersysteem! Nou, dat is geen straf, hoewel, de klap komt later, de spieren protesteerden flink, maar goed oefenen en gewoon blijven doen.
Gewoon doen kan nooit kwaad.

Stevig in de schoenen

Hele stevige schoenen had ik aan toen ik dit schatje -een Singer 186k- zag staan in een stoer naaimeubel (het was te onrustig om meer foto’s te maken), €89,- vroegen ze ervoor.
IMG_3324 IMG_3325
$_85
(foto van identieke kast gevonden op internet, die in de winkel mistte een frontje van het laatje rechtsboven.)
Ik denk niet dat het daar erg lang daar staat. Ik heb het niet gekocht, want 1) ik heb het niet nodig en 2) het paste niet in mijn auto. (Dus ja, ik heb ’t wel heel even overwogen). Later die avond hoorde ik van Francis dat ik een verstandig besluit had genomen, dus was mijn onrustig gevoel van “Had ik maar…” snel voorbij.

De kringloopwinkeldeur achter me dicht trekkend stapte ik in de auto en reed naar de supermarkt voor het hoogst nodige, en daar zag ik dat iemand een niet zo verstandige maar wel zeer smakelijke ruil had gedaan:
IMG_3326
Die persoon heeft bij thuiskomst misschien ook wel met een “Had ik maar” gevoel gezeten, om na een uitbrander van de moeder zuchtend op de fiets terug naar de winkel te racen om van eigen zakgeld verplicht een kool te kopen.

Bij de kapper

Ik was iets te vroeg bij de kapper, mijn kapster was nog bezig en ik mocht nog even plaats nemen in de bijna volle wachtruimte, ze zou me zo komen halen. Ik pakte mijn mobieltje en legde een paar woordjes neer bij Wordfeud, en opende toen Patience om de tijd te doden.

Na een paar potjes spelen kwam een lange, verzorgd uitziende maar zeer arrogant kijkende man van rond de dertig rechts naast me zitten, de verveeld voor zich uit kijkende vrouw die al langer in de stoel haaks op de zijne zat met een tijdschrift van kapper in haar handen, bleek zijn partner, haar geblondeerde haren met flinke uitgroei zaten sletterig slordig bij elkaar gebonden in een staart. Ik schatte haar toch wel tegen de vijftig met haar gebruinde huid vol diepe rimpels en plooien; de zon maakt meer kapot dan je lief is.

Even dacht ik dat ze bij hem op schoot ging kruipen, maar ze wilde hem alleen maar de kleurkaart laten zien uit het kappersblad, ze wees aan welke ze mooi vond en welke niet: “Hiero, zelfs grijs”, zei ze giebelend als een bakvis, terwijl haar borsten bijna uit haar bloesje op zijn schoot vielen in het vooroverbuigen. Hij zei dat ze dat ze dat vooral moest doen als ze er oud uit wilde zien, “Zoals bij dat mens hier naast me,”, fluisterde hij, en ze fluisterde terug: “Maar bij haar is alles grijs.” en ze schoof vilein lachend weer terug op haar stoel. Ik had inderdaad alleen maar grijze en zwarte kleren aan, maar deed net of ik niks had gehoord. Totdat er drie kapsters aan kwamen lopen om hun klanten te halen, en de laatste mijn naam riep, ik was aan de beurt.

De twee wachtende links van mij liepen al mee met hun kapster, het arrogante/sletterige stel bleef als enige zitten, en terwijl ik opstond en een windje voelde aankomen, deed ik expres niks om het tegen te houden, laat maar komen zoals het komt, dacht ik. Het was een hoorbaar windje, als van een ballon waar het laatste beetje lucht langzaam met een langgerekt pieuw-geluidje uit ontsnapte. Normaal zou ik het liefst door de grond zijn gezakt van schaamte, maar nu keek ik het stel lachend aan, “Oud en grijs, dan krijg je dat hè”, zei ik, en tot mijn vermaak rook ik dat deze wind met gemak in de top drie kon staan, allemachtig wat een stank! Ik liep grijnzend naar de kaptafel, het stel verbijsterd achterlatend in deze gifwolk, mijn wraak was zoet, heel zoet.

windlaten5

Flapperdeflap

Vanwege een kapotte fiets bracht mijn wederhelft onze jongste dochter met de auto naar het station, hij zou gelijk van daaruit doorrijden naar de supermarkt, en zou me dan even bellen voor de benodigdheden. Een briefje schrijven ging niet meer, Suzanne stond al met jas aan en rugzak om buiten op haar vader te wachten, en met een “Ik bel wel”, liep hij naar de auto. Eigenlijk zou ik meegaan met haar, ze had afgesproken met online vrienden in Den Bosch, -laat daar nou toch ook een quiltwinkel zitten waar ik nog nooit ben geweest-,   bij het station zouden onze wegen dan scheiden en tegen het eind van de middag zouden we eventueel samen terug reizen, beetje afhankelijk van de plannen van de jeugd.  Maar na een slechte nacht met veel pijn besloot ik niet mee te gaan, het moet wel leuk blijven. Ik probeer me niet teveel zorgen te maken over de gevaren die achter online ontmoetingen kunnen schuilen (ik kijk teveel naar opsporing verzocht), heb vertrouwen in het gezonde verstand van mijn dochter.

Terwijl ik een krentenbol als lunch etend een boodschappenlijstje schrijf gaat de telefoon, en ik neem op met: “Hallo schat.”  Heel even is het stil aan de andere kant, en dan klinkt grinnikend de stem van mijn echtgenoot, hoe ik zo zeker wist dat hij het was (we hebben geen nummerherkenning). Lachen maar gelijk ook schrik, want wat nou als het een klant van hem was geweest? Oh, het zou dan zomaar kunnen gebeuren dat ze dan vaker ons huisnummer zouden bellen ipv de mobiele, bij welke accountant word je nou begroet met: “Hallo schat.”? Heel hartelijk en verfrissend lijkt me, maar dan moeten de wederhelften van de klanten niet paranoïde zijn en het nummer ook bellen om hun man te checken. 🙂
 photo 120.gif
Nee, laten we dat maar niet meer doen.